Je maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Voor volleybalvereniging WHV uit Asperen is het de normaalste zaak van de wereld. Sportiviteit, plezier en leren staan bij WHV voorop. Duidelijk een vereniging die voorruit durft te kijken en van aanpakken houdt. Om zover te komen is tijd nodig, vertelt voorzitter Olaf van Arkel.
Tot een jaar of tien geleden was WHV een volleybalvereniging als vele anderen. Maar daar kwam verandering in. Van Arkel: “We beseften dat WHV veel meer is dan alleen een vereniging waar mensen komen om te sporten. Onze invloed reikt verder. Zo zijn we langzaam uitgegroeid naar een vereniging die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Dat zien we als iets ‘normaals’, en is een van de vier pijlers van ons beleidsplan.”
Van Arkel vervolgt: “Bij WHV maakt het niet uit wat je achtergrond is, iedereen is welkom en moet zichzelf kunnen zijn. Die houding vind je in de hele vereniging terug.” Om dit voor elkaar te krijgen, zet de club stevig in om sportiviteit. Zo bezochten het bestuur, trainers en (sportiviteit)coaches de voorstelling ‘Wel winnen hè!', heeft de club een vertrouwenscontactpersoon en hebben de bestuurders deelgenomen aan de workshop Sportief Besturen. Ook is de line-up voorafgaand aan de wedstrijd al helemaal ingeburgerd. Een belangrijk interventie waarmee de spelers laten zien dat het om plezier en sportiviteit gaat.
Onlangs namen het bestuur, de technische commissie en sportiviteitscoaches deel aan het verenigingstraject Coach-de-Coach. “We willen een vereniging waar iedereen iets leert, speler en trainer. Als bestuurder moet je weten hoe je dat voor elkaar krijgt, daarom hebben wij als bestuur ook het hele traject doorlopen. Onze sportiviteitcoaches hebben deelgenomen om trainers te kunnen coachen op sportieve en didactische vaardigheden. De leden van de technische commissie coachen trainers op sporttechnische vaardigheden. Een keuze die we hebben gemaakt om feedback ‘zuiver’ te houden, je komt elkaar tenslotte vaker tegen binnen de vereniging. De sportiviteitcoaches werken autonoom en hebben een onafhankelijke positie binnen de vereniging, vergelijkbaar met de positie van een vertrouwenspersoon.”
Dat de club met zoveel personen deelnam aan het Coach-de-Coach traject vroeg nogal wat van docent Joyce van Santen. En het aantal deelnemers was niet het enige waar Van Santen rekening mee moest houden. “Voor de continuïteit is het goed om zelf coaches (van trainers en coaches red.) op te kunnen leiden. Daarom liep ik met Joyce mee, zodat wij zelf trainerscoaches kunnen opleiden. Dan weten we zeker dat er altijd genoeg trainerscoaches zijn binnen de club. Met de tips van Joyce moet het goed komen.”
Wat heeft het Coach-de-Coach traject WHV opgeleverd? “Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken. Iedere trainer krijgt minimaal twee keer per jaar feedback. We merken dat trainers het leuk vinden en zelfs enthousiast worden van de feedback die ze krijgen. Het wordt gezien als een cadeautje om jezelf te verbeteren. Trainers en coaches doorlopen ook een leerproces. Iets dat spelers steeds meer inzien. Zij zijn gewend dat alle aandacht naar hen uitgaat, tegenwoordig krijgt ook de trainer aandacht. Hierdoor verandert zijn of haar positie. Spelers zien dat hun trainer, net als zijzelf, lerende is en openstaat voor tips. De sfeer is hierdoor veel opener en gemoedelijker geworden.”

