woensdag 22 oktober 2014

Een vereniging waar iedereen leert: speler en trainer

Je maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Voor volleybalvereniging WHV uit Asperen is het de normaalste zaak van de wereld. Sportiviteit, plezier en leren staan bij WHV voorop. Duidelijk een vereniging die voorruit durft te kijken en van aanpakken houdt. Om zover te komen is tijd nodig, vertelt voorzitter Olaf van Arkel.

Tot een jaar of tien geleden was WHV een volleybalvereniging als vele anderen. Maar daar kwam verandering in. Van Arkel: “We beseften dat WHV veel meer is dan alleen een vereniging waar mensen komen om te sporten. Onze invloed reikt verder. Zo zijn we langzaam uitgegroeid naar een vereniging die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Dat zien we als iets ‘normaals’, en is een van de vier pijlers van ons beleidsplan.”

Van Arkel vervolgt: “Bij WHV maakt het niet uit wat je achtergrond is, iedereen is welkom en moet zichzelf kunnen zijn. Die houding vind je in de hele vereniging terug.” Om dit voor elkaar te krijgen, zet de club stevig in om sportiviteit. Zo bezochten het bestuur, trainers en (sportiviteit)coaches de voorstelling ‘Wel winnen hè!', heeft de club een vertrouwenscontactpersoon en hebben de bestuurders deelgenomen aan de workshop Sportief Besturen. Ook is de line-up voorafgaand aan de wedstrijd al helemaal ingeburgerd. Een belangrijk interventie waarmee de spelers laten zien dat het om plezier en sportiviteit gaat.

Een vereniging waar iedereen leert: speler en trainer

Onlangs namen het bestuur, de technische commissie en sportiviteitscoaches deel aan het verenigingstraject Coach-de-Coach. “We willen een vereniging waar iedereen iets leert, speler en trainer. Als bestuurder moet je weten hoe je dat voor elkaar krijgt, daarom hebben wij als bestuur ook het hele traject doorlopen. Onze sportiviteitcoaches hebben deelgenomen om trainers te kunnen coachen op sportieve en didactische vaardigheden. De leden van de technische commissie coachen trainers op sporttechnische vaardigheden. Een keuze die we hebben gemaakt om feedback ‘zuiver’ te houden, je komt elkaar tenslotte vaker tegen binnen de vereniging. De sportiviteitcoaches werken autonoom en hebben een onafhankelijke positie binnen de vereniging, vergelijkbaar met de positie van een vertrouwenspersoon.”

Dat de club met zoveel personen deelnam aan het Coach-de-Coach traject vroeg nogal wat van docent Joyce van Santen. En het aantal deelnemers was niet het enige waar Van Santen rekening mee moest houden. “Voor de continuïteit is het goed om zelf coaches (van trainers en coaches red.) op te kunnen leiden. Daarom liep ik met Joyce mee, zodat wij zelf trainerscoaches kunnen opleiden. Dan weten we zeker dat er altijd genoeg trainerscoaches zijn binnen de club. Met de tips van Joyce moet het goed komen.”

Wat heeft het Coach-de-Coach traject WHV opgeleverd? “Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken. Iedere trainer krijgt minimaal twee keer per jaar feedback. We merken dat trainers het leuk vinden en zelfs enthousiast worden van de feedback die ze krijgen. Het wordt gezien als een cadeautje om jezelf te verbeteren. Trainers en coaches doorlopen ook een leerproces. Iets dat spelers steeds meer inzien. Zij zijn gewend dat alle aandacht naar hen uitgaat, tegenwoordig krijgt ook de trainer aandacht. Hierdoor verandert zijn of haar positie. Spelers zien dat hun trainer, net als zijzelf, lerende is en openstaat voor tips. De sfeer is hierdoor veel opener en gemoedelijker geworden.”

Sexy kleden is prima, maar wel bedekt!


Stel je voor dat vrouwen tijdens het zaalvolleybal te slappe bustehouders (bh's) en wijde shirts dragen, waardoor het decolleté toch wel erg goed zichtbaar is.
  • Is dat dan ongepast of zelfs aanstootgevend voor trainers, coaches, en publiek?
  • Zou jij die vrouwen daar dan op aanspreken, of is er een richtlijn nodig in het zaalvolleybal om dit meer bespreekbaar te maken?
Misschien een lastig onderwerp, maar toch een belangrijk onderwerp om met elkaar wel scherp te krijgen. In de sport en misschien wel maatschappij  is het wellicht nog wel belangrijker om voldoende bezig te zijn met preventie van ongewenst gedrag, dan met de gevolgen. Ik wilde toch een poging wagen.

 
Allereerst is de grens van aanstootgevend gedrag voor iedereen en iedere cultuur anders. Dat hebben we in ieder geval te respecteren. Ook moet duidelijk zijn dat aanstootgevend gedrag nooit een excuus of goedkeuring kan zijn voor ongewenste uitingen of gedrag.

In de spelregels zijn kledingvoorschriften opgenomen, maar die gaan niet veel verder dan dat er shirts en broeken gedragen worden met richtlijnen voor kleuren en nummers. Wel is vastgelegd dat kettingen, ringen en oorbellen niet toegestaan zijn.

Tegenwoordig zijn er hele mooie sport bh’s die veel gelijkenis hebben met bikini’s. Eigenlijk is er dan ook helemaal geen shirt nodig, omdat deze de borsten goed bedekken. De vraag waar de grens van aanstootgevend ligt is interessant. Zeker als je naar de kleding bij beachvolleybal kijkt, waar overwegend bikini’s worden gedragen. Voor de sporters is deze kleding ook het meest optimaal, omdat je er heel makkelijk en lekker in moeten kunnen bewegen.

 

Naar aanleiding van reacties op de bikini’s heeft de internationale volleybalbond FIVB in de kledingvoorschriften opgenomen dat ook korte broeken tot net boven de knie en ook shirtjes met korte mouwen gedragen mogen worden.

Ook in de zaalsport moeten we een balans vinden tussen het vrijheidsgevoel van onze sporters in het dragen van kleding en het vrijheidsgevoel van trainers, begeleiders, scheidsrechters en publiek om zonder gêne te kunnen kijken. Sporten is leuk om te doen, en moet ook leuk zijn om naar te kijken zonder je daarbij bezwaard te voelen. Maar waar wordt de grens dan gelegd? Lastig, maar laat de slogan ‘Sexy kleden is prima, maar wel bedekt’ een eerste stap zijn om sporters bewust te maken van hun kledingkeuze.