How can we take our social responsibility justified?
Too much asylum seekers comes to Europe. In Italy is the problem is really a huge problem. Also in the Netherlands we have too much asylum seekers to absorb in our society. Therefore there are a lot of discussions where all these people can live.
This week is decided that 350 asylum seekers will be placed in our habitat by our town council. In the first day’s everybody was informed by a letter. A lot of neighbors have a real problem with this new challenge. I have not yet determined my opinion. It is really a world-wide problem and we have to take our responsibility. On the other hand it’s in a habitat and our children cannot be the victim of these problems.
At least we have to do good risk management and organize enough transparency in the way the people will live and the consequences for the residents. I hope we have the coming weeks a good dialogue and careful decision making.
woensdag 12 november 2014
woensdag 22 oktober 2014
Een vereniging waar iedereen leert: speler en trainer
Je maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Voor volleybalvereniging WHV uit Asperen is het de normaalste zaak van de wereld. Sportiviteit, plezier en leren staan bij WHV voorop. Duidelijk een vereniging die voorruit durft te kijken en van aanpakken houdt. Om zover te komen is tijd nodig, vertelt voorzitter Olaf van Arkel.
Tot een jaar of tien geleden was WHV een volleybalvereniging als vele anderen. Maar daar kwam verandering in. Van Arkel: “We beseften dat WHV veel meer is dan alleen een vereniging waar mensen komen om te sporten. Onze invloed reikt verder. Zo zijn we langzaam uitgegroeid naar een vereniging die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Dat zien we als iets ‘normaals’, en is een van de vier pijlers van ons beleidsplan.”
Van Arkel vervolgt: “Bij WHV maakt het niet uit wat je achtergrond is, iedereen is welkom en moet zichzelf kunnen zijn. Die houding vind je in de hele vereniging terug.” Om dit voor elkaar te krijgen, zet de club stevig in om sportiviteit. Zo bezochten het bestuur, trainers en (sportiviteit)coaches de voorstelling ‘Wel winnen hè!', heeft de club een vertrouwenscontactpersoon en hebben de bestuurders deelgenomen aan de workshop Sportief Besturen. Ook is de line-up voorafgaand aan de wedstrijd al helemaal ingeburgerd. Een belangrijk interventie waarmee de spelers laten zien dat het om plezier en sportiviteit gaat.
Onlangs namen het bestuur, de technische commissie en sportiviteitscoaches deel aan het verenigingstraject Coach-de-Coach. “We willen een vereniging waar iedereen iets leert, speler en trainer. Als bestuurder moet je weten hoe je dat voor elkaar krijgt, daarom hebben wij als bestuur ook het hele traject doorlopen. Onze sportiviteitcoaches hebben deelgenomen om trainers te kunnen coachen op sportieve en didactische vaardigheden. De leden van de technische commissie coachen trainers op sporttechnische vaardigheden. Een keuze die we hebben gemaakt om feedback ‘zuiver’ te houden, je komt elkaar tenslotte vaker tegen binnen de vereniging. De sportiviteitcoaches werken autonoom en hebben een onafhankelijke positie binnen de vereniging, vergelijkbaar met de positie van een vertrouwenspersoon.”
Dat de club met zoveel personen deelnam aan het Coach-de-Coach traject vroeg nogal wat van docent Joyce van Santen. En het aantal deelnemers was niet het enige waar Van Santen rekening mee moest houden. “Voor de continuïteit is het goed om zelf coaches (van trainers en coaches red.) op te kunnen leiden. Daarom liep ik met Joyce mee, zodat wij zelf trainerscoaches kunnen opleiden. Dan weten we zeker dat er altijd genoeg trainerscoaches zijn binnen de club. Met de tips van Joyce moet het goed komen.”
Wat heeft het Coach-de-Coach traject WHV opgeleverd? “Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken. Iedere trainer krijgt minimaal twee keer per jaar feedback. We merken dat trainers het leuk vinden en zelfs enthousiast worden van de feedback die ze krijgen. Het wordt gezien als een cadeautje om jezelf te verbeteren. Trainers en coaches doorlopen ook een leerproces. Iets dat spelers steeds meer inzien. Zij zijn gewend dat alle aandacht naar hen uitgaat, tegenwoordig krijgt ook de trainer aandacht. Hierdoor verandert zijn of haar positie. Spelers zien dat hun trainer, net als zijzelf, lerende is en openstaat voor tips. De sfeer is hierdoor veel opener en gemoedelijker geworden.”
Sexy kleden is prima, maar wel bedekt!

Stel je voor dat vrouwen tijdens het zaalvolleybal te slappe bustehouders (bh's) en wijde shirts dragen, waardoor het decolleté toch wel erg goed zichtbaar is.
- Is dat dan ongepast of zelfs aanstootgevend voor trainers, coaches, en publiek?
- Zou jij die vrouwen daar dan op aanspreken, of is er een richtlijn nodig in het zaalvolleybal om dit meer bespreekbaar te maken?
In de spelregels zijn kledingvoorschriften opgenomen, maar die gaan niet veel verder dan dat er shirts en broeken gedragen worden met richtlijnen voor kleuren en nummers. Wel is vastgelegd dat kettingen, ringen en oorbellen niet toegestaan zijn.
Tegenwoordig zijn er hele mooie sport bh’s die veel gelijkenis hebben met bikini’s. Eigenlijk is er dan ook helemaal geen shirt nodig, omdat deze de borsten goed bedekken. De vraag waar de grens van aanstootgevend ligt is interessant. Zeker als je naar de kleding bij beachvolleybal kijkt, waar overwegend bikini’s worden gedragen. Voor de sporters is deze kleding ook het meest optimaal, omdat je er heel makkelijk en lekker in moeten kunnen bewegen.
Naar aanleiding van reacties op de bikini’s heeft de
internationale volleybalbond FIVB in de kledingvoorschriften opgenomen dat ook korte
broeken tot net boven de knie en ook shirtjes met korte mouwen gedragen mogen
worden.
Ook in de zaalsport moeten we een balans vinden tussen het
vrijheidsgevoel van onze sporters in het dragen van kleding en het
vrijheidsgevoel van trainers, begeleiders, scheidsrechters en publiek om zonder
gêne te kunnen kijken. Sporten is leuk om te doen, en moet ook leuk zijn om
naar te kijken zonder je daarbij bezwaard te voelen. Maar waar wordt de grens
dan gelegd? Lastig, maar laat de slogan ‘Sexy kleden is prima, maar wel bedekt’
een eerste stap zijn om sporters bewust te maken van hun kledingkeuze.
woensdag 24 september 2014
Gymen op school
Als voorzitter van een volleybal, en sinds kort een gymvereniging, en als vader van 3 dochters vind ik dat het gymen op school zeker van grote waarde. Bewegen is cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen. Dat is ook de reden waarom we binnen de club veel voor de jeugd doen. We hebben de laatste jaren veel oefeningen ontwikkelt om de motoriek van kinderen te verbeteren. Dat alles ook met leuke attributen zodat het een echt spel en dus leuk is.
Natuurlijk zou ik veel gymen willen aanbevelen op school, maar ik wil toch een lans breken om er anders naar te kijken. Natuurlijk is 1 of 2 uur per week sport prima, en onderdeel van het basisprogramma. Hieronder aantal overwegingen, waarom er niet nog meer uren verplicht moeten worden:
1) Geef ook muziek, dans en zang een kans
Natuurlijk hecht ik veel waarde aan sport, maar ik zou ook muzikale en expressieve ontwikkeling (zang, dans) willen promoten. Ik vind het ook belangrijk dat ze daar wat van meekrijgen. Juist op basisscholen moeten van alles aangeboden worden om algemeen te ontwikkelen.
2) Benut pauzes
Kinderen hebben veel beweging nodig. Daarom is het belangrijk tijdens de pauzes de kinderen ruim de gelegenheid te bieden om te sporten en te spelen. Als kinderen 's morgens direct de gymles in gaan, dan vind ik dat zonde. Beweging zou juist tussen de andere leerblokken in moeten zitten. Benut de pauzes daarvoor.
3) Gymles is geen doel op zich, breng beweging in andere vakken
Van mij hoeft echt niet alle lessen in de klas te zijn. Zo kregen mijn oudste dochters regelmatig een biologieles gewoon in de natuur. Ze kwamen met rupsen thuis. Juist die beweging zou ik stimuleren.
Als het heel mooi weer is, waarom zou je dan niet buiten sporten, of gaan zwemmen. Sowieso is zwemles ook een vorm van sport. En als het ijskoud is, waarom niet schaatsen. Door teveel eisen te stellen aan verplicht gym, zou zomaar dit soort mooie momenten verloren kunnen gaan.
4) Waarde van ontwikkeling
Ik snap dat lid zijn van een vereniging, of meerdere verenigingen niet voor iedereen mogelijk is of dat ouders daar niet voor kiezen. Op scholen zullen de uren ook betaald moeten worden, of het gaat anders ten koste van het aantal lesuren dat overblijft voor andere onderwerpen. Ouders weten dat beweging belangrijk is, en kunnen daar ook prima zelf invulling aan geven. Na schooltijd is er nog voldoende tijd om te bewegen. Kinderen moeten tijd en gelegenheid krijgen om te spelen en te sporten. Dat hoeft niet op een vereniging, dat kan ook in de speeltuin of op de fiets.
5) Clinics van sportclubs en samenwerking kinderopvang
Helemaal top als sportclubs clinics verzorgen op scholen. Kinderen kunnen dan diverse sporten uitproberen. Echter dit moet wel beperkt blijven tot enkele lessen en een kennismaking met de sport zijn. Kinderen moeten 'vrij' blijven in de keuze die ze willen maken. Zeker met buitenschoolse opvang is er een logische meer reguliere samenwerking mogelijk tussen opvang en de sportclub, mits de ouders daarmee instemmen.
Natuurlijk zou ik veel gymen willen aanbevelen op school, maar ik wil toch een lans breken om er anders naar te kijken. Natuurlijk is 1 of 2 uur per week sport prima, en onderdeel van het basisprogramma. Hieronder aantal overwegingen, waarom er niet nog meer uren verplicht moeten worden:
1) Geef ook muziek, dans en zang een kans
Natuurlijk hecht ik veel waarde aan sport, maar ik zou ook muzikale en expressieve ontwikkeling (zang, dans) willen promoten. Ik vind het ook belangrijk dat ze daar wat van meekrijgen. Juist op basisscholen moeten van alles aangeboden worden om algemeen te ontwikkelen.
2) Benut pauzes
Kinderen hebben veel beweging nodig. Daarom is het belangrijk tijdens de pauzes de kinderen ruim de gelegenheid te bieden om te sporten en te spelen. Als kinderen 's morgens direct de gymles in gaan, dan vind ik dat zonde. Beweging zou juist tussen de andere leerblokken in moeten zitten. Benut de pauzes daarvoor.
3) Gymles is geen doel op zich, breng beweging in andere vakken
Van mij hoeft echt niet alle lessen in de klas te zijn. Zo kregen mijn oudste dochters regelmatig een biologieles gewoon in de natuur. Ze kwamen met rupsen thuis. Juist die beweging zou ik stimuleren.
Als het heel mooi weer is, waarom zou je dan niet buiten sporten, of gaan zwemmen. Sowieso is zwemles ook een vorm van sport. En als het ijskoud is, waarom niet schaatsen. Door teveel eisen te stellen aan verplicht gym, zou zomaar dit soort mooie momenten verloren kunnen gaan.
4) Waarde van ontwikkeling
Ik snap dat lid zijn van een vereniging, of meerdere verenigingen niet voor iedereen mogelijk is of dat ouders daar niet voor kiezen. Op scholen zullen de uren ook betaald moeten worden, of het gaat anders ten koste van het aantal lesuren dat overblijft voor andere onderwerpen. Ouders weten dat beweging belangrijk is, en kunnen daar ook prima zelf invulling aan geven. Na schooltijd is er nog voldoende tijd om te bewegen. Kinderen moeten tijd en gelegenheid krijgen om te spelen en te sporten. Dat hoeft niet op een vereniging, dat kan ook in de speeltuin of op de fiets.
5) Clinics van sportclubs en samenwerking kinderopvang
Helemaal top als sportclubs clinics verzorgen op scholen. Kinderen kunnen dan diverse sporten uitproberen. Echter dit moet wel beperkt blijven tot enkele lessen en een kennismaking met de sport zijn. Kinderen moeten 'vrij' blijven in de keuze die ze willen maken. Zeker met buitenschoolse opvang is er een logische meer reguliere samenwerking mogelijk tussen opvang en de sportclub, mits de ouders daarmee instemmen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


